Vragen in het kraambed ABC

Aangifte

Wettelijk moet u er voor zorgen dat binnen 3 werkdagen na de geboorte uw kind wordt aangegeven. Daarna kan dat alleen nog met een machtiging van het Openbaar Ministerie. De aangifte moet plaatsvinden bij de Burgerlijke Stand in de plaats waar het is geboren. Is uw baby geboren in een ziekenhuis in een andere gemeente dan uw woonplaats, dan moet de baby in de gemeente van het ziekenhuis worden aangegeven. De aangifte kan worden gedaan door de vader of door iemand anders die bij de geboorte aanwezig is geweest. Meld de geboorte van uw baby ook aan u huisarts.
Denk ook om aanmelding van de geboorte bij de zorgverzekeraar en, indien in uw situatie van toepassing, bij UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen)

Aambeien

Aambeien zijn een soort spataderen rond u anus, ze kunnen ontstaan tijdens de zwangerschap of tijdens het persen bij de bevalling.
Aambeien kunnen heel pijnlijk zijn!
Als u aambeien heeft is het belangrijk om de ontlasting zo zacht mogelijk te houden, dus veel drinken en vezelrijk eten. Als de ontlasting toch nog te hard is kunt u in overleg met de huisarts een laxeerdrankje gaan gebruiken. Uw verloskundige kan ook zetpillen en/of zalf voorschrijven. Er zijn ook nog huismiddeltjes die pijnstillend kunnen werken, zoals bevroren inlegkruisjes of gebruikte theezakjes tegen de aambeien aanleggen.
Meestal worden de aambeien vanzelf kleiner of verdwijnen helemaal. Als u er last van blijft houden moet u contact opnemen met uw huisarts.

 

Alcohol

Wanneer u borstvoeding geeft, moet u weten dat alcohol in de borstvoeding terecht komt. Klik voor meer informatie over alcohol en borstvoeding.
Wanneer u of uw partner alcohol heeft genuttigd, mag u nooit samen met uw baby in een bed gaan slapen.

Anticonceptie

Enkele weken na de bevalling gaan de meeste vrouwen weer nadenken over anticonceptie. Het is verstandig om hier over na te denken, omdat u enkele weken na de bevalling alweer vruchtbaar kunt zijn. Er zijn tegenwoordig veel verschillende anticonceptiemiddelen, elk met hun eigen voor- en nadelen. Bespreek dit in het kraambed met uw verloskundige. Meer informatie over anticonceptie (kijk onder het kopje ‘methoden’).

Bekkenbodemoefeningen

Door de zwangerschap en de bevalling zijn de spieren van uw bekkenbodem verslapt en uitgerekt. Het is daarom aan te raden binnen enkele dagen na de bevalling te beginnen met bekkenbodemoefeningen. Deze oefeningen helpen de bekkenbodem weer sterk te krijgen. Dit kan een positieve invloed hebben op incontinentie- en verzakkingsklachten. De oefeningen worden aangeleerd op de zwangerschapsgym en andere zwangerschapscursussen. Probeer de oefeningen een aantal keer per dag te herhalen.

Bloedverlies

U verliest de eerste 24 uur na de bevalling veel bloed. Ieder uur een vol kraamverband is normaal. Ook kunt u stolsels verliezen zo groot als een grapefruit. Dit mag, echter bij verlies van drie grote stolsels of bij stolselverlies en forse toename van het bloedverlies dient u contact op te nemen met uw verloskundige. Probeer regelmatig te gaan plassen, als de blaas leeg is kan de baarmoeder goed samentrekken, wat het bloedverlies vermindert. Als het meer wordt is het belangrijk dat u uw verloskundige belt. Het bloedverlies wordt in de loop van de dagen steeds iets minder, vaak neemt het bloedverlies de tiende dag weer wat toe waarschijnlijk, omdat u dan weer de hele dag op bent en meer doet. Ga, zolang er bloedverlies is, niet in bad, ga niet zwemmen en gebruik geen tampons. Het bloedverlies verandert van rood naar bruin naar geel (wondvocht). Meestal is het bloedverlies na 6 weken helemaal over. Heeft u in de weken na de bevalling plotseling weer volle maandverbanden bloedverlies, neem dan contact op met uw verloskundige.

Bloedverlies bij een pasgeboren meisje

Een pasgeboren meisje kan een klein beetje vaginaal bloedverlies hebben, dit is een pseudo-menstruatie. Het komt door de hormonen die ze via de borstvoeding van de moeder binnen krijgt. Sommige baby’s hebben opgezette borstjes door de hormonen van de moeder. Het is onschuldig en gaat vanzelf weer over.

Borstvoeding

Borstvoeding geven is een natuurlijk proces. Het is meestal niet moeilijk, maar gaat niet altijd vanzelf. Goede begeleiding en informatie zijn belangrijk voor je zelfvertrouwen bij het geven van borstvoeding. In de zwangerschap heb je als aanstaande moeder vaak al een idee of je wel of niet borstvoeding wilt gaan geven.
Verschillende factoren kunnen de keuze en mogelijkheden voor het geven van borstvoeding beïnvloeden. Bijvoorbeeld de ervaringen van uw moeder en/of uw omgeving. Indien u twijfelt over het geven van borstvoeding, raden wij u aan om met borstvoeding te starten.
Goede voorlichting en begeleiding van met name uw verloskundige en kraamverzorgster zijn erg belangrijk. Uiteindelijk bepaalt u met uw partner wat volgens u de beste keus zal zijn.

Platte en ingetrokken tepels

Een echte platte tepel komt zeer zelden voor. De tepel kan niet naar buiten toe worden samengedrukt, steekt bij stimulatie of kou niet uit en wordt niet stijf.
Als u tepel slechts licht ingetrokken is, hoeft dit geen invloed op de borstvoeding te hebben.
Een middelmatige tot ernstige ingetrokken tepel heeft dat misschien wel. In de meeste gevallen verbetert de vorm van de tepel enigszins op natuurlijke wijze tegen het einde van de zwangerschap.

Vlakke of ingetrokken tepels kunnen soms problemen veroorzaken, omdat de baby moeite heeft voldoende houvast te vinden. Vlak voor de borstvoeding kunnen de tepels voorzichtig met de hand gemasseerd met worden of er wordt even gekolfd, zodat de tepel opricht en de baby meteen wat melk proeft.
Tijdens de voeding ondersteunt u de borst, terwijl u hand tegelijkertijd naar de ribben duwt: de tepel komt dan wat meer naar voren. Als u uw duim en wijsvinger ook nog samendrukt, krijgt de tepel een iets ovale vorm. Uw kindje kan dan wellicht beter toehappen.
U kunt ook wat melk rechtstreeks in het mondje proberen te kolven. Zodat de uw kindje gaat slikken en misschien minder ongedurig is.
Voldoende uren kraamzorg om de borstvoeding te begeleiden is vaak nodig.
(bron Vereniging Borstvoeding natuurlijk en Stichting Zorg voor Borstvoeding)

 


Borstvoeding bij grote borsten

Meer informatie over borstvoeding bij grote borsten.

Borstvoeding en borstvergroting

Bij het merendeel loopt de borstvoeding prima. Er bestaat geen aantoonbaar bewijs dat borstvoeding geven met siliconenimplantaten schadelijk zou zijn voor de baby. Af en toe wordt deze operatie verricht via de tepelhof. Deze vrouwen hebben vaak problemen met de melkproductie, net als iedere vrouw die een incisie in of rond de tepelhof heeft gehad.

Borstvoeding en borstverkleining

Borstverkleiningen zorgen voor een verminderde melkproductie. In overleg met uw verloskundige wordt eventueel gestart met het geven van bijvoeding. Zorg altijd dat u een klein pakje (kant –en klare voeding) in huis hebt. Aangezien er vrouwen zijn die meer dan genoeg melk produceren, kunnen vrouwen die een borstverkleining hebben ondergaan soms toch volledig borstvoeding geven. In zo'n situatie zou de start van de borstvoeding zeer zorgvuldig moeten gebeuren, uitgaande van de basisprincipes van een goede start van de borstvoeding. Maar als de moeder niet genoeg melk lijkt aan te maken, kunt u soms toch borstvoeding geven. U kunt de bijvoeding via een borstvoedingshulpset geven zodat spenen de borstvoeding niet kunnen verstoren. Meer informatie over een borstvoedingshulpset.

Borstontsteking

Meer informatie over borstontsteking.

Borststuwing

Meer informatie over :zie bij borstvoeding natuurlijk.

Borstvoeding en tepelkloven

Meer informatie over Zie :Borstvoeding natuurlijk

 


Geel zien van de baby

De baby kan tijdens de kraamperiode geel gaan zien.
De lever van een pasgeboren baby is niet rijp genoeg om bilirubine (is een afvalstof) uit het bloed af te breken, de concentratie bilirubine in het bloed wordt dan te hoog waardoor de baby geel gaat zien. Een beetje geel zien is normaal. De verloskundige en kraamverzorgster kunnen goed inschatten of een baby normaal geel ziet of afwijkend geel ziet. Als de baby erg geel ziet, is het verstandig om de concentratie van het bilirubine in het bloed te bepalen. Het bilirubinegehalte van het bloed wordt bepaald uit een paar druppeltjes bloed uit het hieltje van de baby, dit prikje wordt in het ziekenhuislaboratorium gegeven.
Als de waarde te hoog is, moet de baby in het ziekenhuis worden opgenomen, om onder de lamp te liggen. Het licht van deze lamp helpt bij de afbraak van bilirubine waardoor het bilirubinegehalte in het bloed daalt.

Hechtingen

Heeft u hechtingen, verzorg deze dan goed.
Het is belangrijk dat u na elk toiletbezoek met water spoelt, dit kan met een kannetje water al zittend op het toilet, of onder de douche. Zo houdt u de wond goed schoon, en voorkomt u infectie. Gebruik regelmatig een schoon kraamverband.
De kraamverzorgster kijkt tijdens de kraamperiode elke dag naar uw hechtingen.
De 7e dag na de bevalling haalt de verloskundige de hechtingen er soms uit. Tegenwoordig wordt er oplosbaar hechtmateriaal gebruikt en is verwijderen vaak niet meer nodig.

Hielprik en gehoortest

Jaarlijks wordt bij bijna 200.000 pasgeborenen, vanaf de vierde geboortedag, de hielprik uitgevoerd. De wijkverpleegkundige komt langs en informeert u over de hielprik. Voor de hielprik wordt het bloed van de baby, met uw goedkeuren, opgestuurd naar een landelijk laboratorium. Daar wordt het nagekeken op zestien ernstige maar zeldzame aandoeningen, waaronder een aandoening van de schildklier, een aandoening van de bijnier, een bloedziekte (sikkelcelziekte) en een aantal stofwisselingsziekten. De meeste daarvan zijn erfelijk. Ze komen gelukkig niet vaak voor. De aandoeningen zijn niet te genezen, maar wel goed te behandelen. Bijvoorbeeld met medicijnen of een dieet. Als uw kind deze ziekte heeft of drager is wordt er contact met u opgenomen. De screening van het hielprikbloed levert belangrijke informatie op over een aantal ernstige aandoeningen. Vroegtijdige opsporing hiervan is belangrijk om schade aan de gezondheid te voorkomen of te beperken. Uw verloskundige kan dit onderwerp tijdens de zwangerschap al eens ter sprake brengen, zodat uw de informatie al vroegtijdig op u in kan laten werken.


Bij de gehoortest wordt, door de wijkverpleegkundige, een dopje in het oor van uw (slapende) baby gedaan, een metertje meet het terugkaatsen van het geluidje door de gehoorbotjes. De uitslag hoort u meteen.
De wijkverpleegkundige laat verder het groeiboekje achter met daarin informatie over het consultatiebureau. Zij komt na ongeveer twee weken nogmaals bij u thuis langs om uw kind verder in te schrijven bij het consultatiebureau. Het consultatiebureau neemt de zorg voor uw kind over nadat de verloskundige de zorg bij u heeft afgesloten. 
Meer informatie over de hielprik.

Huilen van de baby

Alle baby’s hebben een huiluurtje.
Als uw baby huilt, is het belangrijk dat u eerst uitzoekt wat de reden kan zijn. Hij of zij kan gevoed willen worden, te warm of te koud zijn, behoefte hebben om bij je te zijn, een vieze luier of zuigbehoefte hebben. U kunt een pasgeboren baby nog niet verwennen, dus geef hem veel aandacht. Soms is het een hele klus om uit te zoeken waarom een baby huilt, u kunt er behoorlijk hopeloos van worden. Maar wanhoop niet, op een gegeven moment stopt de baby echt met huilen en valt weer heerlijk in slaap.
Een pasgeboren baby bij u in bed laten slapen is meestal niet zo veilig, wel is het verstandig om de eerste weken het bedje of wiegje in jullie slaapkamer te zetten.
Sommige baby’s worden rustig als u ze stevig instopt of zelfs inbakert. In de baarmoeder hebben ze ook weinig ruimte en er zijn baby’s die onrustig worden van die bewegende armpjes en beentjes van zichzelf. Het bedje voorverwarmen met een kruikje maakt baby’s ook vaak rustiger en soms helpt het om een pyjama of T-shirt van uzelf in het bedje (onder de baby) te leggen, de baby ruikt dan uw geur en valt heerlijk in slaap.
Meer informatie over inbakeren en regelmaat.

Hygiëne

Overal in onze omgeving en ook op onszelf komen virussen, bacteriën, schimmels en andere micro-organismen voor. De meeste hiervan zijn onschuldig, maar een klein aantal van hen kan ziekte veroorzaken. Vooral kinderen maken, doordat zij nog niet voldoende weerstand hebben opgebouwd, regelmatig infectieziekten door. Micro-organismen kunnen zich verspreiden via:

  • handen
  • lucht (via druppels door aanhoesten, huidschilfers of stof)
  • voorwerpen (bijv. speelgoed, toiletten, beddengoed)
  • lichaamsvloeistoffen (speeksel, braaksel, ontlasting, urine, bloed).

  • Wikkel uw baby in een schone omslagdoek als u hem of haar oppakt
  • Houd uw nagels ongelakt en kort
  • Zakdoekgebruik: uitsluitend papieren zakdoekjes voor éénmalig gebruik die u weggooit in   de afvalemmer. Was of ontsmet uw handen na zakdoekgebruik



Het is voor uw pasgeboren baby van groot belang, dat de juiste hygiëneregels worden toegepast. Was uw handen voordat u de baby vasthoudt.  Voor rokers geldt ook goed handen wassen, want onzichtbare asdeeltjes bevinden zich op uw handen en kleding.

Koortslip

Wanneer u in de kraamtijd een koortslip heeft, moet u een aantal voorzorgmaatregelen nemen. In de blaasjes van de koortslip zit namelijk het herpesvirus. Dit is een erg besmettelijk virus. Wanneer een baby hiermee besmet wordt, kan hij of zij ernstig ziek worden. Probeer besmetting van uw baby te voorkomen door de handen te wassen voor u uw baby aanraakt, knuffel of kus uw baby niet, draag eventueel een mondkapje en smeer koortslipcrème op de koortslip. Wanneer uw partner of andere mensen een koortslip hebben, moeten zij uiteraard hetzelfde doen. Als de blaasjes op de lip ingedroogd zijn, is het besmettingsgevaar geweken.

Kolven

Er bestaan zowel handkolven als elektrische kolven. Voor een handkolf  kunt u meestal terecht  bij uw drogist of in een thuiszorgwinkel. U kunt de elektrische kolf zowel huren als kopen in een thuiszorg winkel.
Om verschillende redenen kunt u besluiten om te gaan kolven.
Als de borstvoeding vlak na de geboorte, om wat voor reden dan ook, niet goed op gang komt, kunt u nakolven nadat uw baby gedronken heeft. U stimuleert hiermee de melkproductie. Vaak zal de kraamverzorgster u hiermee helpen.
Het kan ook voorkomen dat er een dreigende borstontsteking ontstaat. Indien u dan na het geven van borstvoeding uw borsten leeg kolft, kunt u dit soms voorkomen. Uw verloskundige of kraamverzorgster zal u hierbij helpen.
Wilt u naar een aantal maanden weer werken en borstvoeding blijven geven, dan kunt u door middel van kolven een voorraad melk in de vriezer opbouwen. U kunt dit 3 tot 6 maanden bewaren. Meer informatie over kolven.

 

Kraamtranen

Er gebeurt een hoop in de kraamtijd, en u slaapt vaak minder door de nachtvoedingen.
De meeste vrouwen hebben de 4e dag na de bevalling een dip, de borsten doen zeer van de stuwing, de hechtingen trekken, de hormonen gieren door uw lijf en daar komen de tranen!
Vaak is het een opluchting om eens lekker uit te huilen, soms zijn het ook tranen van geluk.
Als u depressieve of zeer angstige gevoelens blijft houden, is het altijd belangrijk dat u er met iemand over praat, bijvoorbeeld met uw verloskundige.  Meer informatie over postnatale depressie.
Nog meer informatie over postnatale depressie

Meer informatie over een psychose in de kraamtijd.

Kraamverzorgster

De kraamverzorgster controleert tijdens de eerste dagen na de bevalling de gezondheid van moeder en kind, leert jullie het verzorgen van de baby en helpt bij de borstvoeding of flesvoeding. Een kraamverzorgster is tijdens de eerste dagen echt jullie steun en toeverlaat.
De kraamverzorgster overlegt bij problemen altijd met de verloskundige.

Meconium

De eerste poep van uw baby is meconium. Dit is een taai groenig spul. De eerste poepluier van uw baby moet ongeveer 24 uur na de bevalling gezien zijn. Bewaar daarom elke dag de luiers voor de kraamverzorgster, zodat zij dit kan beoordelen. Indien uw baby niet heeft gepoept, dient u of uw kraamverzorgster dit aan uw verloskundige te melden. Het beste maakt u de billetjes schoon met vettige schoonmaakdoekjes voor baby’s.

Menstruatie

Als u borstvoeding geeft blijft de menstruatie meestal weg, dit betekent niet dat u niet zwanger kunt worden! Als u minder gaat voeden of stopt met de borstvoeding komt de menstruatie meestal binnen een half jaar weer opgang, dit kan per vrouw verschillen.
Als u geen borstvoeding geeft, kan de menstruatie na ongeveer 6 tot 8 weken na de bevalling weer op gang komen. Enkele weken na de bevalling gaan de meeste vrouwen weer nadenken over anticonceptie. Het is verstandig om na te denken over anticonceptie, omdat u enkele weken na de bevalling alweer vruchtbaar kunt zijn. 

Nacontrole

Zes weken na de bevalling kunt u bij uw verloskundige of gynaecoloog langs komen voor de nacontrole.
Tijdens de nacontrole kunnen de zwangerschap, bevalling en de nazorg besproken worden.  De bloeddruk wordt gemeten en zonodig wordt door middel van een vingerprik het ijzergehalte van het bloed bepaald.
We bewonderen natuurlijk ook graag de baby, maar met vragen over voeding en dergelijke kunt u toch beter naar het consultatiebureau gaan.
Als u bij de gynaecoloog bent bevallen en u wilt toch graag de nacontrole bij uw verloskundige doen, is dit in overleg soms mogelijk.

Naveltje

Na het doorknippen van de navelstreng blijft er een stukje navelstreng achter op het buikje van de baby. De eerste dagen ziet dit een beetje glazig, na twee of drie dagen verkleurt het zwart en gaat het indrogen, vervolgens laat het navelstompje ergens in de eerste week na de geboorte van uw kind los, het valt eraf! Het naveltje kunt u in het begin schoonmaken met een beetje alcohol, de kraamverzorgster helpt u hier bij. Soms is het handig om, als het naveltje goed is ingedroogd, de navelklem eraf te halen, dit doet de verloskundige.
Als het navelstompje is afgevallen, kan er soms nog wat bruinrood wondvocht uitkomen, dit is onschuldig, de baby kan als de navelstomp is afgevallen nooit teveel bloed verliezen uit de navel. Wel moet u goed op letten dat de navel niet gaat ontsteken, de baby kan dan een rode vlek rond de navel krijgen, de navel “stinkt” en de baby krijgt koorts of juist een ondertemperatuur, bel dan altijd met uw verloskundige of huisarts.

Navelstrengbloed

Na het doorknippen van de navelstreng zal de verloskundige, bij vrouwen met een rhesusfactor die negatief is, bloed afnemen en in een buisje opvangen. Aan u als zwangere vrouw wordt altijd kenbaar gemaakt indien uw rhesusfactor negatief bevonden is. Uw verloskundige zal u vertellen dat het afgenomen bloed met de nodige papieren in het laboratorium van het ziekenhuis moet worden afgegeven. U dient op de uitslag te wachten en uw verloskundige op de hoogte te brengen van deze uitslag. Het afgenomen bloed is afkomstig van de navelstrengbloed van uw baby, uw baby voelt hier niets van. Als blijkt dat de rhesusfactor van uw baby positief is, dan zal de kraamvrouw anti-Rhesus-D immunoglobuline per injectie toegediend krijgen.

Naweeën

Naweeën kunnen heel pijnlijk zijn.
Na de geboorte van je eerste kindje heb je er meestal niet zoveel last van, maar na de bevalling van je tweede, derde, vierde, etc. kind kun je er behoorlijk last van hebben. Ook na een hele snelle bevalling kunnen er flinke naweeën zijn.
Naweeën gaan na drie dagen vanzelf over. Het nut van naweeën is teveel bloedverlies tegen gaan door het samenknijpen van de baarmoeder. Vooral als het kind aan de borst drinkt knijpt de baarmoeder goed samen, gevolg pijnlijke naweeën!
Wat kunt u doen tegen naweeën:

  • Zorgen dat de blaas goed leeg is.
  • Warmte, bijvoorbeeld een kruik, of een warme douche.
  • Massage
  • Pijnstillers: u mag paracetamol nemen eventueel twee tegelijk, overleg met uw verloskundige hoe vaak u dit mag innemen.

Plassen van de baby

Na de geboorte is het belangrijk dat de baby binnen 36 uur na de geboorte heeft geplast. Indien dit niet het geval is, is het belangrijk om uw verloskundige te bellen. Soms is het moeilijk te zien of de baby heeft geplast, bewaar daarom elke dag de luiers voor de kraamverzorgster, zij dit kan beoordelen. Eventueel kunt u een stukje keukenpapier in de luier leggen.

Pukkels

Bij pasgeboren kindjes komen vaak miliae voor. Dit zijn kleine witte stipjes ter grootte van een speldenknop, ze zitten vooral rond de neus, maar kunnen verspreid over het hele gezichtje voorkomen. Het zijn de talgkliertjes die in de baarmoeder voor huidsmeer zorgen, het witte puntje is een beetje talgafscheiding.
De miliae verdwijnen spontaan en zijn onschuldig.  Vindt u dat uw kindje vreemde vlekjes of pukkeltjes heeft, laat dit dan aan de verloskundige zien. Als u kindje tevens een ondertemperatuur heeft (lager dan 36,5 graden) of koorts (hoger dan 37,5 graden), meldt dit dan direct aan uw verloskundige.

Rhesusfactor

De Rhesus-D-factor is een stof die in het bloed aanwezig kan zijn. Als u die stof in uw
bloed hebt, bent u Rhesus-D-positief. Hebt u die stof niet, dan bent u Rhesus-D-negatief.
Dat is niets bijzonders. Het is een kwestie van erfelijkheid, net als de kleur van uw ogen
en haar. Zestien procent van de Nederlandse zwangeren is Rhesus-D-negatief.
Een Rhesus-D-negatieve zwangere heeft echter wel bijzondere aandacht nodig om complicaties te voorkomen bij een eventueel Rhesus-D-positieve baby.

 

Roken

(bron: www.stivoro.nl)

Wanneer u rookt komen er giftige stoffen uit de tabak bij de baby terecht.

Roken, tijdens de zwangerschap en erna, is slecht voor moeder en kind. Het wiegendoodrisico loopt op, maar ook levenslange gezondheidsschade kan het gevolg zijn. Een huis waar niet wordt gerookt is het beste voor een baby.
Wie echt niet kan stoppen, kan het risico wel iets beperken door zo min mogelijk te roken. Houd in ieder geval de babykamer rookvrij, maar laat ook in andere omstandigheden je baby niet meeroken. Denk bij voorbeeld aan de auto. In een vertrek kan rook wel acht uur blijven hangen. Lucht (ook wanneer je nooit rookt) regelmatig de kamer waar de baby slaapt. De gevolgen van roken zijn: wiegendood, problemen bij borstvoeding, slechtere algemene conditie.  De gevolgen van meeroken zijn: ademhalingsstoornissen/luchtweginfecties, kinderen met aanleg voor astma, vaker voorkomen van middenoorontsteking, vaker naar het ziekenhuis, vaker voorkomen huilbaby, grotere kans dat je kind later gaat roken. Voor meer informatie kunt u kijken op de BABYfit pagina van Stivoro.

 

Rust

Tijdens de kraamperiode moet u voldoende rust nemen. Blijf de eerste dagen zoveel mogelijk in bed, de kraamverzorgster neemt een hoop taken uit handen, maak daar gebruik van.
De meeste kraamvrouwen en hun partner spreken af dat er tussen 13.00 en 15.00 geen bezoek mag komen, ook wij als verloskundigen komen nooit op deze tijden langs.
Gebruik deze tijd om bij te slapen, na de gebroken nachten heeft u dit vaak allebei hard nodig.
Probeer bezoek in de avond te beperken, vaak zijn baby’s in de avond wat onrustig en vooral als een van u overdag weer moet gaan werken zijn die uurtjes samen in de avond om van elkaar te genieten.

Sporten

Als u net bent bevallen, denkt u meestal nog niet aan sporten. Het hangt ook sterk af van hoe de bevalling is gegaan.
Waar u in ieder geval in het kraambed al mee kunt beginnen, is het trainen van uw bekkenbodemspieren.

Na een vaginale bevalling zijn deze spieren vaak verslapt, wat heel normaal is. U kunt deze spieren een paar keer per dag goed aanknijpen, vasthouden en weer loslaten. Dit kan bijvoorbeeld als u uw kindje voeding geeft.
Als u van plan bent om buikspieroefeningen te doen, dan kunt u het beste na ongeveer zes weken de rechte buikspieren pas weer trainen.
Als u borstvoeding geeft, is het vaak fijn om een sportbeha te dragen.
Wilt u graag zwemmen, dan moet eerst het bloedverlies zijn gestopt.

Stuwing

Stuwing is het groter worden van de borsten door een flinke toename van de melk(klier) productie, de borsten voelen pijnlijk en strak gespannen aan. Stuwing ontstaat meestal op de 3e of 4e dag na de geboorte van uw kind. U kunt van stuwing ook wat verhoging hebben.
Als u last van stuwing heeft, is het verstandig om uw kind vaak te laten drinken, soms lukt dat niet goed of is het te pijnlijk en is het beter om wat voeding af te kolven.
Het dragen van een stevige BH of een borstverband kan ook verlichting geven.

Temperatuur van de baby

De normale temperatuur van een pasgeboren baby ligt tussen de 36,5 en 37,5 graden. De eerste week wordt de temperatuur van de baby 2 of 3 maal per dag gemeten, dit doet u met een digitale thermometer rectaal (in de anus) van de baby. De kraamverzorgster leert u dit!
Als de temperatuur beneden de 36,5 graden komt geeft u de baby een nieuwe warme kruik (leg die achter de rug op de deken) en geeft u het een mutsje op. Controleer na een uur de temperatuur weer. Gaat de temperatuur dan nog niet omhoog bel altijd de verloskundige, een te lage temperatuur kan wijzen op bijvoorbeeld een infectie bij de baby of een suikertekort.
Als de temperatuur boven de 37 graden is, haal dan een eventuele kruik weg, trek wat kleertjes uit, controleer of de baby wel genoeg heeft gedronken. Een baby kan koorts krijgen van te weinig drinken. Als de temperatuur ondanks alles na een uur hoger wordt dan 37,5 graden bel dan altijd de verloskundige.
Na een week kan een baby zijn eigen temperatuur zelf goed reguleren. Aan het nekje van de baby kunt u voelen of de baby te warm is.

Tepelkloven

De eerste dagen heeft praktisch iedere moeder wel eens last van pijnlijke tepels. Helaas gaat in sommige gevallen de huid van de tepel stuk en ontstaan er tepelkloven. Tepelkloven ontstaan door:

  • Het niet goed pakken van de tepel, als de baby drinkt moet de baby de hele tepel én tepelhof in zijn mond hebben, dus niet alleen het puntje
  • De grote zuigkracht van de baby
  • Een gevoelige huid
  • Allergische reactie op crème, wasmiddel of zoogkompressen.

Als u eenmaal tepelkloven hebt, kunt u wel gewoon borstvoeding blijven geven, zelfs als ze bloeden.
Let goed op de manier van aanleggen, en leg de baby op verschillende manieren aan, de kraamverzorgster kan u hier mee helpen. Geef eventueel een borst per keer, probeer of kolven minder pijnlijk is. Na de voeding kunt u een beetje moedermelk op de tepel smeren, en de tepel goed laten drogen voordat u een zoogkompres gebruikt (deze plakt anders vast). Als de tepelkloven niet vanzelf over gaan kunt u in overleg met uw verloskundige Lanoline (crème) gaan gebruiken.
Het is belangrijk dat u de borsten goed leeg laat drinken, door de tepelkloven heeft u toch al meer kans op een borstontsteking.
Soms is het handig om een warmwaterzak/kruik (bedekt met een luierdoek) tegen de borst te leggen voordat u gaat voeden, de melk schiet dan makkelijker toe.

Veilig slapen

Het is belangrijk dat uw baby veilig slaapt. Meer informatie over veilig slapen.

Verwennen

De kraamtijd is het moment in uw leven om u lekker te laten verwennen.
U kunt dan samen met uw partner heerlijk van jullie kindje genieten.
Vaak wordt u ook vreselijk verwend door al het bezoek, veel cadeaus en aandacht. Probeer echter teveel bezoek te vermijden, dit is te vermoeiend voor jullie in de kraamtijd.

Verzekering

U moet uw kindje aangeven bij uw ziektekostenverzekering. Doe dit snel na de geboorte.

Vitamine D

Over het gebruik van vitamine D voor de baby informeert de wijkverpleegkundige van het consultatiebureau u.

Vitamine K

Vitamine K speelt een rol bij de bloedstolling van de baby, bij een tekort hiervan kan bijvoorbeeld een bloeding optreden. Vitamine K komt iets te weinig voor in de borstvoeding. Het advies is om, alleen volledig borstgevoede baby’s, vanaf dag 8 dagelijks vitamine K druppels te geven.  Dit dient u tot en met drie maanden na de bevalling te geven. Vitamine K kunt u zelf kopen bij de apotheek of drogist, er is geen recept voor nodig. Op de verpakking staat de dosering vermeld.
Vitamine K is toegevoegd aan flesvoeding en hoeft, indien uw kindje flesvoeding krijgt dus niet extra te worden gegeven.

Voeding / Goede voeding voor de moeder

Een gezonde en gevarieerde voeding is voor iedereen belangrijk. In de kraamtijd en zeker indien je borstvoeding geeft, is een gezonde voeding belangrijk. Lijnen wordt afgeraden tijdens de borstvoedingsperiode, maar overmatig snoepen ook!
De meeste zwangeren nemen in gewicht toe. Wilt u graag weten waar deze gewichtstoename door komt? Volg dan onderstaande links van het voedingscentrum in Den Haag.


Vrijen

Vrijen na de bevalling kan in principe weer wanneer een eventuele knip of scheurtje is genezen. Echter, meestal zijn u en uw partner er dan nog niet aan toe. Dit heeft met verschillende factoren te maken. Het kan zijn dat u en/of uw partner te moe is door de gebroken nachten en alle veranderingen in jullie leven.

Ook kunt u het gevoel hebben dat uw geslachtsorganen er nog niet aan toe zijn, bijvoorbeeld omdat er nog bloedverlies is. Soms is het voor uw partner moeilijk om u weer als seksuele partner te zien (doordat hij bijvoorbeeld bang is u pijn te doen of uw borsten met borstvoeding en de baby associeert). Ook u kunt moeite hebben uzelf weer als seksuele partner te zien door alle lichamelijke en hormonale veranderingen.

Deze gevoelens worden in de loop van de weken minder sterk zodat de zin in vrijen voor u beiden weer toeneemt. Geef dit proces de tijd en bespreek uw gevoelens met elkaar.  Het is overigens ook mogelijk dat u eerder zin in vrijen hebt dan gedacht. Zorg er dus voor dat u een anticonceptiemiddel in huis heeft zoals bijvoorbeeld condooms.

Uw verloskundige bespreekt met u wat in uw situatie de mogelijkheden van anticonceptie zijn. Tijdens het vrijen na de bevalling kan het gebeuren dat er melk toeschiet en u melk lekt. Dit kan weleens als vervelend worden ervaren. Er beiden op voorbereid zijn, scheelt al enorm. Leg een handdoekje in de buurt om de ergste melklekkage op te vangen.

Ook kunt u last hebben van vaginale droogte door tijdelijke hormoonveranderingen. Dit probleem kan eenvoudig worden opgelost door glijmiddel te gebruiken. Heeft u pijn bij het vrijen na de bevalling, bespreek dit uw verloskundige, gynaecoloog of huisarts.

Waarom zie ik geen roze wolk?

Als u net bent bevallen, gaat dit vaak samen met emoties. Dit is heel normaal, dit wordt onder andere veroorzaakt door hormonale veranderingen in uw lichaam. Indien u voldoende rust krijgt en u kunt praten over uw gevoelens, gaat dit vaak vanzelf over.
Bij ongeveer 1 op de 10 vrouwen duurt dit langer. Zolang je kunt praten met je partner, familie, vrienden of je huisarts geeft dit al heel veel steun.
Heb je last van lusteloosheid, ben je angstig, voel je je schuldig, hyperventileer je, heb je weinig eetlust, ben je somber, bang om jezelf of je kind wat aan te doen, last van concentratieverlies, slaap je slecht, heb je depressieve gevoelens dan kan er sprake zijn van een zogenaamde postnatale depressie. Je hoeft overigens niet al deze klachten te hebben.
Wat dus heel belangrijk is, is dat je je gevoelens niet wegstopt, maar erover praat. Je bent niet de eerste en zeker niet de enige die dit overkomt.
Eileen Engels is een verpleegkundige met 26 jaar ervaring op het gebied van postnatale depressie. Haar website kan erg informatief zijn.

Wegen

Als u borstvoeding geeft, is het gebruikelijk om de baby in de eerste levensweek te wegen. Dit doen we gewoon bij u thuis tijdens een kraamvisite.
De baby mag de eerste 10 dagen 10 % van zijn geboortegewicht afvallen.
Als een baby teveel afvalt, kunt u beginnen met de baby vaker aan de borst te laten drinken, of als dit niet gaat, wat extra voeding af te kolven. Soms bepaalt uw verloskundige dat u wat bijvoeding extra moet geven.